Bescherming voor wettelijk sam...

Bescherming voor wettelijk samenwonenden: gezinswoning kan voortaan bij voorkeur worden toegewezen

Wanneer een relatie eindigt, vormt de gezinswoning vaak een van de belangrijkste discussiepunten. Wie blijft er wonen? Moet de woning worden verkocht? Of kan één van beide partners de woning overnemen en de andere partner uitbetalen?

Voor gehuwde koppels bestond al langer een regeling waarbij één van de echtgenoten bij een echtscheiding kan vragen om de gezinswoning bij voorkeur aan hem of haar toe te wijzen. Wettelijk samenwonenden konden zich tot voor kort niet op een vergelijkbare wettelijke regeling beroepen. Sinds 17 januari 2026 is daar verandering in gekomen.

Wat is een preferentiële toewijzing?

Wanneer partners samen eigenaar zijn van een woning en uit elkaar gaan, moet de onverdeeldheid in principe worden beëindigd. Indien geen akkoord wordt bereikt, kan dit uiteindelijk leiden tot een verkoop van de woning.

De regeling van de preferentiële toewijzing biedt een alternatief. Eén van de partners kan vragen om de gezinswoning bij voorrang zelf over te nemen. Dat betekent uiteraard niet dat de andere partner zijn of haar aandeel zonder vergoeding verliest. Wie de woning toegewezen krijgt, zal in beginsel de waarde van het aandeel van de andere partner moeten vergoeden door betaling van een opleg.

Bij gehuwden was deze mogelijkheid reeds wettelijk geregeld. Voor wettelijk samenwonenden ontbrak echter een gelijkaardige regeling. Het Grondwettelijk Hof oordeelde in arrest nr. 62/2024 van 20 juni 2024 al eerder dat dit verschil in behandeling tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden niet redelijk verantwoord was. De wetgever heeft deze ongelijkheid inmiddels aldus weggewerkt.

Wie krijgt de woning?

Het feit dat één partner de preferentiële toewijzing vraagt, betekent niet automatisch dat hij of zij de woning ook zal krijgen.

Wanneer hierover discussie bestaat, moet de familierechtbank een belangenafweging maken. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat de rechtbank rekening houdt met de belangen die beide partners kunnen laten gelden, maar eveneens met de financiële mogelijkheden van degene die de woning wenst over te nemen en die de eventuele opleg aan de andere partner zal moeten betalen.

In de praktijk kunnen onder meer de huisvesting van de kinderen, de band met de woning, professionele redenen en de mogelijkheid om de hypothecaire lening alleen verder te dragen een rol spelen. Het is dus steeds een beoordeling op basis van de concrete omstandigheden.

De nieuwe wet versterkt daarnaast de positie van slachtoffers van partnergeweld. Zowel voor gehuwden als voor wettelijk samenwonenden voorziet de wet in een bijzondere bescherming wanneer de andere partner zich schuldig heeft gemaakt aan bepaalde vormen van geweld.

De hervorming beperkt zich niet tot de relatiebreuk. Wanneer de wettelijke samenwoning eindigt door het overlijden van één van de partners, kan de langstlevende wettelijk samenwonende onder de wettelijke voorwaarden eveneens vragen om bepaalde goederen bij voorkeur toegewezen te krijgen. Het gaat onder meer om de gezinswoning, het aanwezige huisraad en bepaalde goederen die voor de beroepsuitoefening worden gebruikt.

Niet voor feitelijk samenwonenden

Een belangrijk onderscheid blijft bestaan: de nieuwe wettelijke regeling geldt voor wettelijk samenwonenden, maar niet voor partners die uitsluitend feitelijk samenwonen. Feitelijk samenwonenden kunnen zich dus niet op deze specifieke preferentiële toewijzingsregeling beroepen.

De keuze om al dan niet een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen, kan bijgevolg ook belangrijke vermogensrechtelijke gevolgen hebben wanneer de relatie later wordt beëindigd.

Ons kantoor adviseert en begeleidt zowel gehuwde, wettelijk samenwonende als feitelijk samenwonende partners bij de regeling van hun vermogensrechtelijke belangen na een relatiebreuk. U kan ons hieromtrent contacteren op info@advocaten-leuven.be of 016/30 14 40.