In een langlopende procedure inzake een milieuvergunning vernietigde de Raad van State[1], opnieuw (en voor de derde keer) de vergunning die door de Deputatie werd verleend. De Raad van State hernieuwt hiermee aldus haar eerdere rechtspraak hieromtrent.
Zo maakte de Raad duidelijk dat de specifieke activiteiten (waaronder het opslaan van grote hoeveelheden afvalstoffen) niet als ambachtelijk konden aanzien worden en er zich een schending van het BPA voordeed:
“De aangehaalde motieven van de bestreden beslissing laten niet toe als evident of gemakshalve aan te nemen dat de vergunde activiteiten, die onder meer bestaan uit de (tussentijdse) opslag van maximaal 990 m3 uitgegraven bodem die niet voldoet aan een toepassing volgens het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2007 ‘houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming’ (Vlarebo), de opslag van maximaal 45 ton niet gevaarlijke afvalstoffen (papier, karton, hout, textiel, kunststoffen, metaal, glas, rubber en bouw- en sloopafval) en de opslag en het sorteren van inerte afvalstoffen met een maximale opslagcapaciteit van 1.000 m3, behoren tot een ambachtelijk bedrijf zoals bedoeld door het BPA ‘Verbrande Brug’. De bestreden beslissing weerlegt deze eerdere vaststelling van arrest nr. 258.288 van 21 december 2023 niet. De verwerende partij voert geen nieuwe elementen aan die overtuigen dat er sprake is van een ambachtelijk bedrijf zoals bedoeld door het BPA ‘Verbrande Brug’. Dat er gemotiveerd wordt dat er geen abnormale hinder zou zijn, doet geen afbreuk aan het voorgaande.”
Aldus kan geen twijfel bestaan over het feit dat de Raad het begrip “ambachtelijk” in casu niet toepasselijk vindt.
Verder oordeelde de Raad ook dat de rechtsgevolgen niet gehandhaafd konden worden:
“De tussenkomende partij maakt nergens duidelijk, laat staan dat zij aantoont, dat een vernietiging onaanvaardbare gevolgen voor de rechtszekerheid zou meebrengen. In de mate dat zij aanvoert dat zij een milieuvergunning heeft verkregen van de verwerende partij en de voorwaarden van die vergunning heeft nageleefd (en nog steeds naleeft), wijst dit geenszins op uitzonderlijke omstandigheden die de handhaving van de gevolgen rechtvaardigen. De milieuvergunning is overigens reeds in het kader van twee voorgaande procedures vernietigd, wat erop wijst dat de vergunningssituatie van de tussenkomende partij reeds lang precair was.”
Bij vragen omtrent de procedure of dit artikel kan u terecht bij info@advocaten-leuven.be of 016/30 14 40.
[1] Per arrest nr. 266.647 van 12 mei 2026
