Ons kantoor berichtte reeds eerder dat zij namens verschillende milieuverenigingen een milieustakingsvordering kon bekomen tegen het Vlaamse Gewest. Per vonnis van 21 juni 2023 oordeelde de rechtbank eerste aanleg dat het Vlaamse Gewest binnen de 6 maanden na de betekening de nodige maatregelen diende te nemen om ervoor te zorgen dat er geen schending meer van de drempelwaarde van 50 mg/l nitraatgehalte zou optreden. Dit conform met artikelen 3, lid 1 en 5 lid 5 van de Nitraatrichtlijn.
Met andere woorden: het Vlaamse water is te vervuild en bevat een te hoog gehalte aan nitraten, de waterkwaliteit dient verbeterd te worden.
Omdat het Vlaamse Gewest hieraan niet voldeed vroegen de milieuverenigingen vervolgens een dwangsom op te leggen: deze werd toegekend per vonnis van 26 juni 2024 en er werd een dwangsom van 1.000 euro per dag opgelegd.
Het meest recente vonnis kwam tot stand nadat het Vlaams Gewest verzet aantekende tegen de bevelen tot betaling van de dwangsommen en daarbij ook vroeg om de dwangsom op te heffen.
Het Vlaamse Gewest voerde onder andere aan dat zij niets kon ondernemen omdat de regering in lopende zaken was en de titel niet langer actueel was: nieuwe informatie zou aantonen dat er geen nood was aan de hoofdveroordeling omdat hieraan reeds voldaan was.
Met betrekking tot dit laatste punt stelde de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg duidelijk dat het gezag van gewijsde geldt.
De Voorzitter van de rechtbank eerste aanleg te Brussel oordeelde omtrent het opheffen van de dwangsom verder als volgt:
“Terecht wijst verweerder er immers op dat de invloed van de weersomstandigheden in 2018- 2020 bezwaarlijk kan beschouwd worden als een nieuwe omstandigheid waarbij in de mestrapporten van 2O2O en 2021 (en dus ook in de voorgaande beslissingen, die hierop gebaseerd zijn)geen rekening werd gehouden’ Zowel in het Mestrapport van2O20 (p’ 77), als in dit van ZO2I (p.13), wordt expliciet melding gemaakt van deze droogteperiode. Hiermee is dus ontegensprekelijk reeds rekening gehouden. Ook bij de vonnissen van 21 juni 2023 en 26 juni 2OZ4 kon dit aangevoerd worden. Dit zijn dus geen nieuwe omstandigheden die niet reeds voorheen, zowel bij de beoordeling van de hoofdveroordeling als bij het opleggen van de dwangsommen, in rekening konden worden gebracht.
….
Een regering in lopende zaken is geen juridische onmogelijkheid. Dit werd reeds vastgesteld in het vonnis waarbij de dwangsom werd opgelegd (26 juni 2024). De benodigde maatregelen hadden kunnen genomen worden’ aangezien het een dringende zaak betreft. Deze raakt immers de volksgezondheid en de Europeesrechtelijke verplichtingen van eiser, alsook uit de voorgaande vonnissen. Bovendien is dit een lopende zaak”
De rechtbank oordeelde dan ook dat de dwangsom wel degelijk actueel was en deze niet opgeheven werd. Op heden dient het Vlaamse Gewest dan ook nog steeds te voldoen aan de hoofdveroordeling en dat onder verbeurte van de dwangsom.
Het Vlaamse Gewest liet nog niet weten of zij in beroep gaat tegen het vonnis.
In de zaak omtrent het verzet tegen de dwangsommen werd nog geen vonnis uitgesproken. Ons kantoor houdt u op de hoogte.
